Snoekbaars
| Latijn: | Stizostedion lucioperca |
| Orde: | Perciformes |
| Familie: | Percidae (baarsachtigen) |
| Max. lengte: | 1.30 m |
| Gem. lengte: | 50 cm |
| Max. gewicht: | 15 kg |
Kenmerken:
De snoekbaars is de 2e grote rover van Nederland. Het is een slanke vis met een vrij spitse
kop. De tanden zijn klein en talrijk met daartussen grotere vangtanden. Op de rug bevindt zich
een stekelvin die voorzien is van kleine zwarte stippen. De rug is groenachtig grijs, de zijden
grijs tot groengrijs en de buik is zilverkleurig. Verder is het lichaam getekend met donkere vlekken,
lijkend op de strepen van een baars. De ogen zijn erg bol en een vrij troebel, hierdoor wordt
hij ook wel glasoog of vadertje glasoog genoemd.
Verspreiding:
De snoekbaars is vaak te vinden in diep, troebel water. Vaak zijn scholen snoekbaars aanwezig
bij onregelmatige stukken in de bodem zoals kuilen of mosselbedden. Ondanks dat zich op 1 plek
vaak meerdere snoekbaarzen ophouden leeft deze veelal solitair.
Voedsel:
De voorkeur wordt gegeven aan slanke witvis zoals: spiering, kleine voorn en grondel.